top of page
Zoeken

Veelvoorkomende hardloopblessures (en hoe je het risico op een blessure verkleint)

  • Foto van schrijver: jeroenbijl12
    jeroenbijl12
  • 18 mrt
  • 5 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 19 apr

Hardlopen is één van de meest toegankelijke sporten die er is. Tegelijkertijd krijgt een groot deel van de hardlopers vroeg of laat te maken met een blessure.

Deze klachten ontstaan zelden door één specifieke oorzaak. In de meeste gevallen gaat het om een combinatie van factoren zoals trainingsbelasting, herstel, fysieke belastbaarheid en manier van bewegen.


Waarom ontstaan hardloopblessures?

De meeste hardloopblessures komen voort uit overbelasting. Dat betekent dat de belasting op het lichaam groter is dan wat het lichaam op dat moment aankan.

Het gaat daarbij niet alleen om het aantal kilometers dat je loopt, maar om de totale belasting op je lichaam. Denk aan:

  • trainingsvolume en intensiteit;

  • slaap en herstel;

  • stress (werk/privé);

  • algemene fitheid.


Snelle pieken in belasting lijken ongunstig en worden in verband gebracht met een verhoogd blessurerisico. Hoewel modellen zoals de acute:chronic workload ratio (ACWR) dit proberen te beschrijven, is deze ratio-benadering methodologisch omstreden en geen robuuste individuele voorspeller.


De praktische boodschap blijft echter overeind:vermijd grote schommelingen en bouw belasting geleidelijk op.

De meest voorkomende hardloopblessures.


1. Runner’s knee (patellofemoraal pijnsyndroom)

Klachten:

  • pijn rondom of achter de knieschijf;

  • pijn bij traplopen of lang zitten;

  • pijn tijdens of na het hardlopen.

Wat speelt vaak een rol:

  • hoge of snel opgebouwde trainingsbelasting;

  • verminderde controle van heup en knie;

  • looptechniek.


De rol van de heup is hierbij belangrijk: verminderde controle van de heup (bijv. abductoren/exorotatoren) kan leiden tot meer kniebelasting. Tegelijkertijd betekent een gevonden relatie niet automatisch dat het versterken van deze spieren op zichzelf klachten voorkomt.


Oefeningen zoals clamshells of band walks kunnen nuttig zijn, maar vormen zelden de volledige oplossing.


Er is (lage zekerheid) bewijs dat looptechniek-retraining, gericht op bijvoorbeeld een “zachtere landing”, het risico op knieklachten kan verlagen.

Dit suggereert dat verandering in bewegen in sommige gevallen relevanter kan zijn dan alleen spieractivatie of geïsoleerde kracht.


2. Achillespeesklachten

Klachten:

  • ochtendstijfheid;

  • pijn bij starten met lopen;

  • gevoeligheid aan de achterzijde van de enkel.

Wat speelt vaak een rol:

  • snelle toename in belasting;

  • veel intensieve prikkels (sprints, heuvels);

  • onvoldoende belastbaarheid van de pees.


Pezen reageren anders dan spieren en hebben voldoende mechanische belasting nodig om zich aan te passen.


Zware, gecontroleerde krachttraining kan helpen bij het opbouwen van peescapaciteit, vooral in een revalidatie- of capaciteitsopbouwcontext.


Tegelijkertijd is het belangrijk om deze capaciteit uiteindelijk te vertalen naar hardlopen zelf.

Dat betekent dat naast krachttraining ook snellere en veerkrachtige prikkels waarschijnlijk relevant zijn om de overgang naar hardlopen te maken. 

 

3. Scheenbeenklachten (mediaal tibiaal stress syndroom)

Scheenbeenklachten (vaak aangeduid als mediaal tibiaal stress syndroom of ‘shin splints’) komen vaak voor bij beginnende hardlopers of bij een snelle trainingsopbouw.

Klachten:

  • pijn langs de binnenzijde van het scheenbeen;

  • pijn tijdens of na het lopen;

  • drukpijn op het bot.

Wat speelt vaak een rol:

  • snelle opbouw van trainingsbelasting;

  • eerdere blessures;

  • verminderde belastbaarheid van bot en spieren.


Daarnaast kan ook de manier van lopen invloed hebben. Een grotere pas (overstriding) kan leiden tot hogere impactkrachten, al is het directe bewijs voor preventie via deze factor beperkt.


4. Spierblessures (hamstring en kuit)

Klachten:

  • plotselinge pijn

  • stijfheid of trekkend gevoel

  • krachtsverlies

Wat speelt vaak een rol:

  • vermoeidheid

  • onvoldoende kracht

  • te snelle opbouw richting intensieve belasting

Vooral hogere snelheden, vermoeidheid en een te snelle blootstelling aan intensieve loopvormen lijken hier relevant.

 

Hoe verklein je de kans op een blessure?


1. Bouw je belastbaarheid op (niet alleen je kilometers)

Het doel van training is niet alleen meer lopen, maar vooral meer aankunnen.

Vermijd grote pieken in belasting en zorg dat je lichaam geleidelijk gewend raakt aan wat je vraagt.


2. Zie oefeningen als middel, niet als doel

Kracht- en stabiliteitsoefeningen zijn waardevol, maar vooral als middel om capaciteit op te bouwen.

Het is belangrijk om te beseffen dat:

  • krachttoename niet automatisch leidt tot een andere looptechniek

  • associaties (bijv. heupzwakte en knieklachten) niet automatisch betekenen dat training dit oplost

Tegelijkertijd laat onderzoek zien dat krachttraining (zeker in combinatie met plyometrie) de running economy en prestatie kan verbeteren.


3. Werk in een opbouw van algemeen → specifiek

Om transfer naar hardlopen te vergroten, is een opbouw belangrijk:

1. Capacity (basis):

  • algemene kracht;

  • voet- en enkelkracht.

2. Bridge (tussenfase):

  • unilaterale oefeningen;

  • hogere belasting;

  • introductie van snelheid en veerkracht (SSC):

    • sprongen;

    • pogo jumps;

    • snellere krachtvormen.

3. Specific exposure (hardloopgericht):

  • versnellingen;

  • heuveltraining;

  • variatie in tempo;

  • variatie in ondergrond.

Hier wordt de kans op transfer naar hardlopen waarschijnlijk het grootst.


4. Werk aan je looptechniek

Looptechniek kan invloed hebben op hoe krachten door je lichaam lopen.

Een praktische aanpassing is het licht verhogen van je cadans (5–10%), wat de belasting per stap kan verminderen.

Daarnaast kan gerichte techniektraining, zoals het aanleren van een zachtere landing, mogelijk bijdragen aan het verminderen van kniebelasting. Het bewijs hiervoor is nog beperkt, maar veelbelovend.


5. Krachttraining

Krachttraining wordt vaak gezien als dé oplossing voor blessurepreventie.

De realiteit is genuanceerder:

  • het effect op blessurepreventie is in studies niet eenduidig

  • begeleiding en individuele afstemming lijken belangrijk

  • het effect op prestatie (running economy) is beter onderbouwd

Krachttraining is waardevol voor capaciteit en prestatie, maar het preventieve effect op hardloopblessures is niet eenduidig aangetoond.


6. Vergeet de voet niet

Er is onderzoek dat laat zien dat gerichte training van de voet- en enkelspieren relevant kan zijn.

In een RCT werd voet-core training geassocieerd met minder hardloopblessures over een periode van 12 maanden.

Dit past bij het idee dat meer hardloopspecifieke capaciteiten klinisch relevant kunnen zijn.


7. Zorg voor voldoende herstel

Zonder herstel geen adaptatie.

Belangrijke factoren:

  • slaap;

  • rustmomenten;

  • variatie in belasting.


Tot slot

Hardloopblessures zijn complex en multifactorieel. Er is zelden één oorzaak of één oplossing.

De grootste winst zit vaak in:

  • het slim managen van belasting;

  • het opbouwen van belastbaarheid;

  • en het geleidelijk toewerken naar hardloop-specifieke prikkels.

Niet één losse oefening maakt het verschil, maar de juiste opbouw op het juiste moment.


Bronnen

  • Malisoux et al. (2024) Exercise-Based Prevention Programs in Runners

    Malisoux L, et al. Do Exercise-Based Prevention Programs Reduce Injury in Endurance Runners? A Systematic Review and Meta-Analysis. Sports Medicine. 2024.

  • Esculier et al. (2025) Running-Centred Injury Prevention

    Esculier JF, et al. Running-Centred Injury Prevention Support: A Scoping Review. 2025.

  • Blagrove et al. (2022) Resistance Exercise and Running Economy

    Blagrove RC, et al. Resistance Exercise for Improving Running Economy and Running Biomechanics and Decreasing Running-Related Injury Risk: A Narrative Review. 2022.

  • Balsalobre-Fernández et al. (2019) Strength Training Transfer

    Balsalobre-Fernández C, et al. Effect of Strength Training on Biomechanical and Neuromuscular Variables in Distance Runners: A Systematic Review and Meta-Analysis. Sports Medicine. 2019.

  • de Oliveira Silva et al. (2022) Running-Related Knee Injuries

    de Oliveira Silva D, et al. Strategies to Prevent and Manage Running-Related Knee Injuries: A Systematic Review of Randomised Controlled Trials. British Journal of Sports Medicine. 2022.

  • Taddei et al. (2020) Foot Core Training RCT

    Taddei UT, et al. Foot Core Training to Prevent Running-Related Injuries: A Survival Analysis of a Single-Blind Randomized Controlled Trial. American Journal of Sports Medicine. 2020.

  • Impellizzeri et al. (2020) ACWR Critique

    Impellizzeri FM, et al. Analyzing Activity and Injury: Lessons Learned from the Acute:Chronic Workload Ratio. Sports Medicine. 2020.

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


Openingstijden

  • Maandag:       08:00 - 18:00

  • Dinsdag:          08:00 - 18:00

  • Donderdag:    08:00 - 18:00

  • Vrijdag:             08:00 - 17:00

Contact

+31 6 364 357 13

Adres

Randstad 21 - 26 

1314BM Almere

bottom of page